Heeft de gemeentesecretaris een rol bij de (preventieve) aanpak van ondermijning? En zo ja, wat is dan zijn rol? Hiervoor is in het verleden op verschillende manieren aandacht geweest, maar er is nooit specifiek ingegaan op de vraag hoe gemeentesecretarissen deze rol zelf ervaren, hoe zij hier invulling aan geven en welke kansen en knelpunten zij daarbij ervaren.
In opdracht van de Vereniging van Gemeentesecretarissen en het ministerie van BZK hebben BMC en Pro Facto daarom onderzoek gedaan waarin de volgende vraag centraal stond: Op welke wijze en in welke mate vervullen gemeentesecretarissen een rol bij de preventie en aanpak van ondermijning en hoe kan deze rol desgewenst worden versterkt?
Drie rollen, gebaseerd op artikel 103 en 104 van de Gemeentewet en de aanvullende omschrijving van de taken van de gemeentesecretaris van de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS), zijn als basis gebruikt voor dit onderzoek:
- de rol van directeur van de ambtelijke organisatie en daarmee de schakel tussen de organisatie en het college van burgemeester en wethouders;
- de rol van adviseur en secretaris van het college van burgemeester en wethouders;
- de rol van vertegenwoordiger van de gemeente in de contacten met de buitenwereld.
Aan de hand van twee oriënterende gesprekken, een digitale enquête onder gemeentesecretarissen (respons 34%), tien verdiepende interviews en twee duidingssessies met gemeentesecretarissen hebben we de centrale vraag en bijbehorende deelvragen beantwoord.