Het handelingskader Gemeentelijke grip op zorgfraude stelt dat zorgfraude niet alleen gemeenten geld kost, maar vooral kwetsbare inwoners raakt. Zij krijgen te weinig of slechte zorg, of worden zelfs uitgebuit. Omdat fraude steeds professioneler en georganiseerder wordt, is het volgens het handelingskader geen vraag óf een gemeente ermee te maken krijgt, maar hoe goed ze is voorbereid. Het handelingskader noemt vijf samenhangende opgaven. Gemeenten moeten nieuwe zorgaanbieders streng screenen, onder meer met Bibob-toetsing, en lokale teams toerusten om zorgvuldig te indiceren en fraudesignalen te herkennen. Daarnaast vraagt het om actief contractmanagement, stevig georganiseerd toezicht en handhaving, en goede samenwerking binnen de gemeente en met partners als RIEC, politie, IGJ, NZa en IKZ. De kern van het handelingskader vraagt om een dubbele houding van gemeenten: vertrouwen en ruimte geven aan betrouwbare aanbieders, en tegelijk normen stellen, controleren en ingrijpen waar nodig. De publicatie sluit af met concrete vragen waarmee bestuurders snel kunnen beoordelen waar hun eigen aanpak versterking nodig heeft.