In sommige gevallen is het oprichten van of het deelnemen in een vennootschap de beste manier om een bepaald publiek belang te borgen. Deelnemingen kunnen permanent of tijdelijk zijn.
Soorten deelnemingen
De overheid verdeelt de staatsdeelnemingen in 3 categorieën:
- Permanente deelnemingen. Dit zijn bedrijven waarvan het kabinet het belangrijk vindt dat de Staat overwegende zeggenschap houdt. Voorbeelden zijn Schiphol, de NS, Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Tennet. Deze bedrijven beheren vitale infrastructuur en zijn belangrijk voor de Nederlandse economie. Zij zullen daarom, zoals het er nu naar uitziet, altijd deel blijven uitmaken van de deelnemingenportefeuille.
- Niet-permanent aandeelhouderschap. Dit zijn staatsdeelnemingen waarvan het aandeelhouderschap tijdelijk is. Het kabinet heeft aangekondigd het aandelenbelang in deze bedrijven op termijn te verkopen. Bijvoorbeeld Holland Casino.
- Bij voorbaat tijdelijke deelnemingen. Hierbij gaat het om de financiële instellingen, zoals ABN AMRO, RFS Holdings en Volksbank. Deze ondernemingen keren terug naar de markt als ze weer financieel gezond zijn en de marktomstandigheden voldoende genormaliseerd.
Beleid rond deelnemingen
Het deelnemingenbeleid is vastgelegd door het ministerie van Financiën, in de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2013. Daarin geeft het kabinet een integraal beeld van het beleid van de staat als aandeelhouder. De nota gaat ook in op de rol van de staat als aandeelhouder en de verdeling in rollen tussen de staat als beleidsmaker en als aandeelhouder.
Daarbij heeft de overheid uiteindelijk het doel om de betrokken publieke belangen zo efficiënt mogelijk te borgen. De motto’s “privatiseren, tenzij” of “publiek, tenzij” laat het kabinet los. Het besluit om wel of niet te privatiseren moet per casus worden beoordeeld. Daaraan ligt geen streven ten grondslag om de portefeuille zo klein of zo groot mogelijk te maken.
In de huidige portefeuille van staatsdeelnemingen zitten bedrijven die een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. Het aandeelhouderschap kan een toegevoegde waarde bieden bij de borging van de publieke belangen die deze bedrijven behartigen. Daarom heeft het kabinet voor alle afzonderlijke staatsdeelnemingen bekeken of staatsaandeelhouderschap toegevoegde waarde heeft. Ook in de toekomst zal periodiek worden bekeken welke publieke belangen er rondom staatsdeelnemingen zijn en of de wijze van borgen nog de juiste is.
In het geval van een staatsdeelneming is er sprake van een publiek belang waarvan de staat heeft besloten dat het voor de borging ervan gewenst is om risicodragend te investeren in de bewuste onderneming. De Staat ziet er als aandeelhouder op toe dat het in staatsdeelnemingen geïnvesteerde maatschappelijke vermogen verantwoord wordt beheerd.
De Staat doet daartoe het volgende:
- bijdragen aan de borging van publieke belangen via de invulling van zijn zeggenschapsrechten;
- sturen op het behoud van de financiële waarde die de staatsdeelnemingen vertegenwoordigen;
- een bijdrage leveren aan een goed ondernemingsbestuur.
Besliskader privatisering en verzelfstandiging
Bij voorgenomen verzelfstandigingen en privatiseringen volgt het kabinet het Besliskader privatisering en verzelfstandiging, ontworpen door de Eerste Kamer. Dit kader bestaat uit vijf stappen, die zorgen voor een vroegtijdige afweging met betrokkenheid van het parlement:
- Voornemen
- Ontwerp
- Besluit
- Uitvoering
- Opvolging
Rapportage over lopende privatiseringen en verzelfstandigingen
Het Kabinet biedt de Staten-Generaal een overzicht aan van voorgenomen verzelfstandigingen en privatiseringen. Dit gebeurt in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.
Hier vindt u een overzicht van de Jaarrapportages van de afgelopen paar jaar.