Uitvoering van beleid vindt zoveel mogelijk plaats onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid. Daarom worden uitvoerende taken in beginsel uitgevoerd door onderdelen van ministeries.
Uitvoering door directoraat-generaal of directie
Binnen een ministerie kan een zeer grote uitvoeringsorganisatie de status van een directoraat-generaal hebben. Voorbeelden zijn de Belastingdienst en Rijkswaterstaat. Zo’n directoraat-generaal staat op hetzelfde niveau als de overige directeuren-generaal (en de inspecteur-generaal).
Een directoraat-generaal uitvoering voert overheidstaken uit met een zeer grote complexiteit, kent zwaar extern overleg en een structureel politiek en maatschappelijk afbreukrisico. De criteria van instelling staan in het Kader Topstructuur en Topfuncties Rijk 2026. Onder een directoraat-generaal uitvoering ressorteren directies die zijn belast met onderdelen van de taak van het directoraat-generaal of die deze ondersteunen. Een directoraat-generaal met uitvoeringstaken kan de vorm hebben van een agentschap. Maar dit hoeft niet: zo is de Belastingdienst geen agentschap.
Bij minder complexe taken, minder overleg of minder politiek afbreukrisico wordt een (hoofd)directie met uitvoering belast. Een voorbeeld van zo’n organisatie is de Dienst Justitiële Instellingen (DJI).
Beeld: © Ministerie van BZK
Organisatiestructuur van de Belastingdienst
Onder de directeur-generaal ressorteren bij grote uitvoeringsdiensten grotere aantallen directies. Deze hebben een functionele indeling, een territoriale indeling of een indeling naar doelgroepen. Ook combinaties komen voor. Zo is bij Rijkwaterstaat gekozen voor enerzijds een functionele indeling van de landelijke directies, en anderzijds voor een indeling naar landsdelen. De Belastingdienst is ingedeeld in directies naar een aantal werksoorten en ook naar doelgroep en regio. Het organogram van de Belastingdienst laat de opbouw van deze uitvoerende organisatie als onderdeel van het ministerie van Financiën zien, met een indeling naar uitvoering, kaderstelling en ondersteuning.
Een voorbeeld van een kleinere uitvoerende dienst is het Centraal Justitieel Incassobureau. Het CJIB heeft ongeveer 1250 medewerkers met aan het hoofd een algemeen directeur. Daaronder ressorteren weer directies voor bepaalde taakgebieden, zoals innen en incasseren.
Agentschappen voor uitvoering
Onder voorwaarden kunnen voor de uitvoering, toezicht en de bedrijfsvoering agentschappen in het leven worden geroepen. Een agentschap is een dienstonderdeel van een ministerie met een bijzondere positie. Het parlement kan de uitvoering van het overheidsbeleid door een agentschap volledig controleren.
Een agentschap beschikt in vergelijking met een ‘normaal’ dienstonderdeel over een aantal bijzondere kenmerken. De belangrijkste:
- een eigen beheersregime;
- een resultaatgericht besturingsmodel met de rollen van eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer.
Dit is uitgewerkt in de Regeling agentschappen 2024.
Er zijn ongeveer 30 agentschappen waaronder:
- het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM);
- Rijkswaterstaat (RWS);
- het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI);
- de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)
Hier kunt u een overzicht van alle agentschappen terugvinden.
Als dienstonderdeel van een ministerie, met een bijzondere positie ten opzichte van reguliere dienstonderdelen, kan een agentschap als een baten-lastenagentschap of een verplichtingen-kasagentschap worden aangewezen. Dit is vastgelegd in artikel 2.20 van de Comptabiliteitswet 2016. Het verschil tussen een baten-lastenagentschap en een verplichtingen-kasagentschap is het begrotingsstelsel dat deze agentschappen toepassen: het baten-lastenstelsel of het verplichtingen-kasstelsel. Beide stelsels worden verder gedefinieerd in de Comptabiliteitswet 2016. Een agentschap in de zin van de Regeling agentschappen 2024 is echter altijd een baten-lastenagentschap.
Het instellingsproces van nieuwe agentschappen is voornamelijk vastgelegd in artikelen 2 tot en met 4 van de Regeling agentschappen 2024. Een minister die een agentschap wil instellen, dient hiervoor eerst een aanvraag in te dienen. De aanvraag moet aan verschillende instellingsvoorwaarden voldoen, die door de minister van Financiën worden getoetst. Indien er volgens deze minister aan de instellingsvoorwaarden is voldaan, beslist de ministerraad vervolgens over de instelling van het agentschap. Als de ministerraad akkoord gaat, kan het agentschap formeel worden ingesteld.
De governance van agentschappen is voornamelijk vastgelegd in artikel 6 van de Regeling agentschappen 2024. Dit artikel regelt dat er minstens drie personen verantwoordelijkheid voor de governance dragen: één eindverantwoordelijke binnen het agentschap, één continuïteitsverantwoordelijke en minimaal één beleidsverantwoordelijke.
Veel zelfstandige bestuursorganen in de uitvoering
In de sfeer van de uitvoering treffen we naast dienstonderdelen ook veel zelfstandige bestuursorganen (zbo's) aan, zoals het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Meer informatie over zulke organisaties vindt u op de pagina over zbo's. Tegenwoordig is het beleid om geen zbo's meer op te richten met uitvoering als doel.